Bosbranden: helemaal voorkomen kunnen we ze niet, de schade beperken wél
06 juli 2026
06 juli 2026
Deze zomer zien we het opnieuw: bosbranden die op meerdere plekken in Europa oplaaien. Ook in Nederland neemt het risico op natuurbranden toe. Alleen al dit voorjaar stonden bossen op de Veluwe, in Tilburg en de Haagse duinen in lichterlaaie. Dit is – helaas – een nieuwe realiteit waarmee we moeten leren omgaan. Hoewel we bosbranden nooit helemaal kunnen voorkomen, kunnen we veel doen om de risico’s en schade achteraf te beperken. Hoe? Door bossen beter in te richten én met goed bosbeheer.
In Nederland komen natuurbranden vooral tussen maart en juni voor. In deze periode ligt er veel droog materiaal op de grond, zoals bladeren en dennennaalden. Zeker in droge tijden, zoals het voorjaar van 2026, zijn natuurgebieden dan extra kwetsbaar voor vuur. Bij aanhoudende hitte kan er bovendien een tweede bosbrandenpiek ontstaan in de zomer.
Klimaatverandering versterkt dit patroon. Hoge temperaturen en langere droogteperiodes zorgen ervoor dat natuurbranden vaker voorkomen, zich sneller verspreiden en moeilijker te bestrijden zijn. Het risico is zelfs zo serieus dat het KNMI tegenwoordig naast een weersverwachting ook een natuurbrandverwachting publiceert. En ook de Europese Unie neemt serieuze extra maatregelen tegen bosbranden in de zomer.

Natuurbranden vormen een van de grootste bedreigingen voor bossen en zullen nooit volledig verdwijnen. Dat komt niet alleen door klimaatverandering, maar ook doordat bosbranden vaak (on)bewust door mensen worden veroorzaakt.
Daarom is het belangrijk om brandrisico’s zoveel mogelijk te beperken én maatregelen te nemen om de schade te verminderen als er toch brand uitbreekt. Bij Trees for All doen we dit in nauwe samenwerking met onze projectpartners in Nederland en in het buitenland.
Loofbossen zijn beter bestand tegen vuur dan naaldbossen.
Dat begint bij het aanplanten van de juiste boomsoorten op de juiste plek. Daarnaast dragen goed bosbeheer, educatie en innovatieve aanplantmethoden bij aan het beperken van brandrisico’s en het verminderen van de gevolgen.
Veel Nederlandse bossen bestaan uit monoculturen: bossen met maar één of enkele boomsoorten. Het gebrek aan variatie maakt deze bossen extra kwetsbaar voor droogte, ziektes en brand. Daarom werken we op meerdere plekken in Nederland aan het versterken van bestaand bos. Dat doen we bijvoorbeeld door naaldbomen te vervangen door loofbomen. Loofbomen zijn dankzij hun bladeren namelijk een stuk minder brandgevoelig dan naaldbomen.
Daarnaast zorgen we voor zoveel mogelijk variatie aan boom- en struiksoorten in bossen. Een mix aan soorten maakt een bos sterker én weerbaarder, waardoor het beter kan omgaan met verstoringen, zoals droogte of vuur. We planten dus zoveel mogelijk verschillende soorten die in Nederland thuishoren, zoals wintereik, zomereik, meidoorn, sleedoorn en haagbeuk.
Naast de keuze voor de juiste boom- en struiksoorten is goed bosbeheer belangrijk om brandschade te voorkomen. Hier maken we goede afspraken over met onze projectpartners in binnen- en buitenland die onze bossen op de lange termijn beheren.
Denk bijvoorbeeld aan het verwijderen van brandbaar materiaal, zoals naalden, droge struiken of laaghangende takken. Door dit soort maatregelen kan vuur zich minder makkelijk verspreiden áls er brand uitbreekt.
Het aanleggen van brandgangen heeft een vergelijkbaar effect. Deze stroken zonder vegetatie helpen voorkomen dat vuur van het ene op het andere gebied overslaat. En dat is weer belangrijk om de schade en omvang van de brand te beperken.
Een gezonde waterhuishouding is de basis voor een sterk en veerkrachtig bos. Ook na een brand zal de natuur makkelijker herstellen als er voldoende grondwater aanwezig is. Daarom werken we op verschillende projectlocaties aan het verbeteren van de waterhuishouding en het waterpeil in het gebied.
In Nationaal Park Sebangau op Borneo bijvoorbeeld, legt het lokale team dammen aan om water zoveel mogelijk in het projectgebied te houden. En in natuurgebied De Zeezuiper in Noord-Brabant lieten we een sloot dempen om een bestaand meer uit te breiden. Dit heeft een positief effect op de hydrologie in het bos- en natuurgebied, waardoor de kans op branden een stuk kleiner wordt.
Aanleg van dammen en aanplant op Borneo
Ook innovatieve plantmethodes kunnen een groot verschil maken als het gaat om brandpreventie. Een voorbeeld zijn foxholes: groepjes bomen met daaromheen cirkels zonder beplanting.
Mocht er brand uitbreken, dan zorgen deze cirkels ervoor dat niet alle aanplant in vuur en vlam komt te staan. Zo vormen de foxholes een soort natuurlijke ‘brandrem’. Daarnaast zorgt deze aanpak ervoor dat niet alle zaadbronnen onder de grond verbranden. Die zijn namelijk cruciaal om ervoor te zorgen dat er na een brand nieuwe bomen kunnen groeien.
Omdat veel branden ontstaan door menselijk handelen, zijn bewustwording en goede afspraken hierover ontzettend belangrijk. Denk daarbij aan tijdelijke vuurverboden in droge periodes of voorlichting over veilig gedrag in natuurgebieden.
Daarnaast werken onze partners op verschillende projectlocaties met patrouilleteams of ‘forest guides’. Deze lokale teams scannen gebieden actief op beginnende branden en hebben de juiste materialen om snel in te grijpen wanneer dat nodig is. Zo kunnen we erger voorkomen.
Tot slot stimuleren we mensen wereldwijd om hun land op een duurzamere manier te gebruiken. Op veel plekken ter wereld worden bossen nog steeds verbrand om plaats te maken voor landbouwgrond, vee of plantages. Daarom steunen we verschillende projecten die gericht zijn op duurzaam landgebruik.
In Tanzania en Bolivia bijvoorbeeld, begeleiden we boerenfamilies bij de overstap naar duurzame boslandbouw. Dit betekent dat mensen bomen planten en dat combineren met het verbouwen van voedsel en andere gewassen op een afgebakend stuk grond. Op deze manier hebben mensen meer gevarieerd voedsel en inkomsten, terwijl bestaande bossen zoveel mogelijk intact blijven.
Boliviaanse boeren verbouwen koffie en cacao tussen de bomen