Uitzonderlijke droogte in 2026: de impact op bosaanplant
13 augustus 2026
13 augustus 2026
We beleven in Nederland opnieuw een zeer droge zomer. Wat betekent dat voor de bomen en bossen die we planten? En hoe zorgen we ervoor dat nieuwe bossen beter bestand zijn tegen een veranderend klimaat waarin zulke droge zomers vaker zullen voorkomen?
Droge zomers komen steeds vaker voor, maar dit jaar is de situatie uitzonderlijk. Volgens het KNMI viel er in juli 2026 in Nederland gemiddeld 13 millimeter neerslag, tegenover 78 millimeter normaal. Eind juli was het landelijke neerslagtekort zelfs opgelopen tot 248 millimeter: ongeveer twee keer zo hoog als rond deze tijd in een gemiddeld jaar. Verder was juli niet alleen droog, maar ook zeer warm en zonnig.
Ook de waterstanden laten zien hoe ongewoon de situatie is. De hoeveelheid water die in augustus 2026 door de Rijn stroomt, is historisch laag. Door de opwarming van de aarde neemt het risico op aanhoudende droogte bovendien toe. Want hoe hoger de temperaturen, hoe meer water verdampt.

Bij de aanplant van bomen moeten we daarom rekening houden met een nieuwe realiteit van (langdurige) hitte en droogte. Gelukkig betekent een tekort aan water niet automatisch dat alle bosaanplant mislukt. Wel kunnen langdurig droge periodes jonge bomen flink belasten, hun groei belemmeren of zelfs leiden tot uitval.
Vooral bomen die pas zijn geplant, zijn kwetsbaar. Hun wortelstelsel is nog klein en onvoldoende ontwikkeld om water uit de diepere bodemlagen te halen. Wanneer de bovenste bodemlagen langere tijd uitdrogen, kunnen de jonge bomen daardoor moeilijker water opnemen.
Tegelijkertijd weten we uit ervaring dat bomen na een periode van hittestress en droogte soms alsnog herstellen. Zelfs bomen die zwaar beschadigd zijn door bijvoorbeeld een brand, kunnen opnieuw uitlopen.
Daar komt bij dat enige uitval bij bosaanplant normaal is. Bomen concurreren met elkaar om licht, water en ruimte. Sommige bomen overleven daardoor niet, terwijl andere de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

De huidige droogte is zorgwekkend. De kans is dus groot dat de uitval van bomen dit jaar hoger is dan gemiddeld. Ook bomen die enkele jaren geleden zijn geplant, zijn nog relatief gevoelig voor deze langdurige droogte.
Op dit moment, in de zomer van 2026, kunnen we nog niet precies vaststellen wat de uiteindelijke effecten zijn en hoe hoog het uitvalpercentage is. Dit wordt duidelijker in het voorjaar van 2027 als de bomen weer uitlopen.
We blijven de ontwikkelingen daarom nauw volgen, samen met onze projectpartners door heel Nederland. Mocht de uitval uiteindelijk inderdaad hoog zijn, dan maken we bovendien gezamenlijke afspraken over herplant.
Ondertussen nemen we de ervaringen van 2026 mee in toekomstige projecten en in het beheer van bestaande aanplant. Zo kunnen we onze aanpak steeds verder verbeteren.
De structurelere droogte vraagt om een andere manier van kijken naar bosaanplant. We moeten nóg nadrukkelijker rekening houden met de omstandigheden waarin een bos moet groeien. Denk aan de boomsoorten, variatie in het bos, de bodem, de lokale waterbeschikbaarheid en het beheer in de eerste jaren.
In onze werkwijze staat het planten van de juiste boom op de juiste plek voorop. Vaak zijn dat inheemse en streekeigen soorten die al jaren in Nederland groeien. Maar niet elke soort die hier van nature thuishoort, is even goed bestand tegen de toenemende hitte en droogte. Daarom kijken we steeds nadrukkelijker naar soorten die dat wel zijn, zoals de winterlinde. Deze soort heeft een diep wortelstelsel en is daardoor minder gevoelig voor droogte. Ook de wintereik kan op geschikte groeiplaatsen een goede keuze zijn.

Er is niet één boomsoort die op iedere plek de oplossing is: juist de variatie is belangrijk voor een gezond en sterk bos. Door verschillende boom- en struiksoorten te combineren, spreiden we risico’s. De ene soort kan bijvoorbeeld goed omgaan met droogte, terwijl de andere beter bestand is tegen nattigheid. Krijgt één soort het zwaar door een ziekte, plaag of droogte? Dan houden de andere soorten het bos overeind en is niet direct het hele bos even kwetsbaar.
In Nederland zijn in het verleden veel naaldbossen aangeplant met slechts één of enkele boomsoorten. Zulke monoculturen zijn extra kwetsbaar voor hitte, droogte, ziektes en plagen. Op verschillende plekken werken we daarom aan de ontwikkeling van meer gevarieerde bossen, met meer verschillende soorten, meer loofbomen en meer variatie in structuur.
Ook voor de waterhuishouding van een gebied is die variatie cruciaal. Dichte naaldbossen met soorten als de fijnspar of Douglasspar bijvoorbeeld, verdampen relatief veel water. In bossen met meer variatie in soorten, dichtheid, hoogte en structuur blijft er na een regenbui vaak meer water beschikbaar voor de aanvulling van het grondwater.

Natuurlijke verjonging en spontane bosontwikkeling kunnen op bepaalde locaties bijdragen aan sterke, veerkrachtige bossen. Bomen die ter plekke ontkiemen, ontwikkelen vanaf het begin een natuurlijk wortelstelsel. Vervolgens bepaalt natuurlijke selectie welke bomen het beste passen bij de lokale omstandigheden.
Daarom kijken we bij bosherstel en bosontwikkeling steeds vaker naar een combinatie van handmatige aanplant en natuurlijke ontwikkeling. Zo krijgt de natuur de ruimte om zelf ‘mee te bouwen’ aan een sterk en veerkrachtig bos, waarbij handmatige aanplant deze natuurlijke regeneratie kan bevorderen en versnellen.

Misschien bekruipt je het gevoel of het door deze ontwikkelingen wel zin heeft om bomen te planten. Maar juist de toenemende hitte en droogte laten zien hoe belangrijk gezonde bossen zijn voor een leefbare planeet met schaduw, verkoeling en vruchtbare bodems. De nieuwe realiteit is dus niet een wereld zonder bos, maar het planten van bossen die passen bij de omstandigheden van de toekomst.
In jaren met extreme droogte kan het gebeuren dat een deel van de aanplant verloren gaat. Toch is dat geen reden om niets meer te doen. Door te blijven leren, de soortenkeuze en aanpak aan te passen, en waar nodig bomen te herplanten, geven we bossen de kans om zich te ontwikkelen en veerkrachtiger te worden.
Kortom, niets doen is voor ons geen optie, omdat elke boom telt. Jouw steun is en blijft dus meer dan welkom, zodat we samen bossen kunnen planten die klaar zijn voor de toekomst.
Plant mee