Het zal de natuurliefhebber niet ontgaan zijn: de lijst met uitgestorven boomsoorten wordt alsmaar langer. Deze maand publiceerde het gerenommeerde Botanic Gardens Conservation International (BGCI) het ‘State of the World’s Trees’ rapport en dat leidde wereldwijd tot grote commotie. Maar liefst één op de drie bomen wordt ernstig in zijn voortbestaan bedreigd. Dat is schrikbarend nieuws. Ontbossing, houtkap en oprukkende ziekten en plagen door klimaatverandering zijn debet aan het verlies van de steunpilaren van onze biodiversiteit.

Trees for All doet haar best om dat tij te keren. De projecten met onze partners zijn gericht op de aanplant van inheemse soorten. Dat geldt voor onze Nederlandse projecten maar ook die in het buitenland. Inheemse bomen gedijen niet alleen het best onder lokale omstandigheden, ze dragen ook bij tot verder herstel van de oorspronkelijke vegetatie. Door de bodem en de waterhuishouding te verbeteren en door zaadverspreiders aan te trekken, scheppen ze de ideale omstandigheden voor terugkeer van bedreigde bomen.

Bomen planten van de Rode Lijst

We leggen steeds meer nadruk op het opkweken en planten van bomen die op de Rode Lijst van de IUCN voorkomen. In het project in Costa Rica waar in samenwerking met International Tree Fund (ITF) het nevelwoud hersteld wordt, worden ruim zestig verschillende boomsoorten aangeplant en daarvan zijn er heel wat die als kwetsbaar en bedreigd te boek staan. Zo gaan er boompjes de grond in van de Dalbergia retusa, een soort uit de rozenhout familie die op de rand van uitsterven staat.

Van tropische bossen tot droge gebieden

Maar we richten ons niet alleen op de soortenrijke tropische bossen. In de gortdroge gebieden van Ghana helpen we de dorpen met de kweek van Afrikaanse mahonie (Khaya senegalensis), een kwetsbare soort die vroeger veelvuldig in de regio voorkwam. In de projecten die we in de pijplijn hebben voor Zuidoost-Azië en Oost-Afrika zien we dat ook de lokale bevolking meer heil ziet in het terugbrengen van lokale soorten die verdwenen zijn, in plaats van nog meer eentonige ‘akkers’ van exoten zoals eucalyptus en dennen die roofbouw plegen op de toch al arme gronden.

Ook in Nederland inheemse boomsoorten

Een soortgelijke trend is zichtbaar voor de projecten die we met onze partners in Nederland uitvoeren. Waar het vroeger heel gewoon was om te kiezen voor Amerikaanse eik en Douglasspar, is de aandacht voor een variatie aan inheemse bomen groeiende. Met organisaties zoals ARK Natuurontwikkeling en de Landschappen maken we het mogelijk dat minder voor de hand liggende soorten de kans krijgen. Daarvan zijn Fladderiep (Ulmus laevis), Wilde Appel (Malus sylvestris), Winterlinde (Tilia cordata) en Tweestijlige meidoorn (Crataegus laevigata) mooie voorbeelden. Deze soorten zijn vaak regionaal zeldzaam en tegelijkertijd zeer karakteristiek. Soms is het raadzaam om bestaande oude populaties te versterken en uit te breiden om daarmee de soort minder kwetsbaar te maken. Of door actief soorten in te brengen om eentonige bossen meer divers, robuuster en klimaatbestendiger te maken.

De inheemse bomen en struiken zijn goed aangepast aan de plaatselijke omstandigheden, na meestal duizenden jaren van evolutie. Veel populaties van bomen en struiken en zelfs individuen hebben de warme vijftiende eeuw en de ‘kleine ijstijd’ van de zeventiende en achttiende eeuw overleefd, wat op hun bijzondere veerkracht wijst. Niet onbelangrijk met de huidige klimaatontwikkelingen. We moeten zuinig zijn op dit groene erfgoed en waar mogelijk populaties en bossen versterken met goede aanplant.